dsc0718
Al snel viel hij om na aankomst. Het vliegtuig was in het lustcentrum van zijn kop gevlogen. Niks nog effe nadansen met de Marrons. Plat, beroerd en misselijk. En dat geteisterte hoofd met al die herinneringen. Want je landt en alles is meteen herinnering ondanks dat je het nog sterk beleeft. Zo landde hij uit Suriname in Zombieland, een soort Brokopondo (zie blogs terug) in bed, waar het matras strak ligt en zijn lijf diep gezonken zwemt in vergane dekens. Welkom thuis Johnny. Zijn kop draait weg van de getordeerde romp, de romp vleugellam en voortdurend turbulerend.Hij zoekt de Marrons in het verzonken gebied en vindt nog enkele rondzwemmenden: Bert en Chenge, allen zonder zwemvest. Ze zijn zonder dichtheid maar niet vergaan. Ze blijken op zoek naar hem. Maar de vreugde kan nog niet zijn, zijn hoofd is nog niet geworteld.‘ We gaan Johannis halen die masseert Johnny wel weer menselijk( zie foto), stelt Bert voor’. Johannis (de dichter- zie blogs) blijkt niet ver uit de buurt rond te dwalen. Hij kent het meer op zijn duimpje. Hij is er geboren en getogen en……verdreven. Zijn massage is grondig en helpt een stuk. Langzaam groeit de kakantrie ( de reusachtige heilige boom van de Marrons) weer in zijn lijf. Johannis kijkt toe over zijn werk, tevreden. Johnny voelt zijn lijf in de aarde dalen. Weer thuis in zijn wortels. Wel met nog een hoofdpijn.