‘Hee Bernt er achter blijven ja, denk er om’.

‘En jij klaus sta niet aan het prikkeldraad te trekken, mijn palen gaan er uit, verdomme. Wegwezen jullie!’ Mark volledig alert, rent zijn nieuw verworven paradijs rond. Hard gewerkt heeft hij. Maanden timmeren en schilderen. Hij laat zich dit niet afnemen. Af en toe lijkt hij op een bekende ridder. Ik ga hem helpen. 

Moet even wennen aan zoveel beesten, ook nog stieren. Samen trekken we ten strijde tegen Bernt en cohorten. Voor een grazer bestaan geen hekken. Alleen het malse gras telt. Weg paal je staat in de weg! We versterken ernstig zwakke plekken door zogenaamde V-palen tegen de rechte te plaatsen. Johann intussen heeft een lekker stukje ontdekt binnen Marks terrein .Opzouten! Bernt kijkt meewarig naar onze niet-boer: ‘jonge,jonge wat sta jij je op te fokken.’ Bernt is de knapperd van de hele troep van negen,een oranje-gele geschilderde streep op zijn rug van kop tot kont. Hij is de brutaalste, de geduchtste vijand. Zijn we voor dan is op zij wel weer iets aan de hand. Mark heeft een bierkaai gezicht. Een gozer weggetrokken uit Duitsland ,nu een stek gevonden in Noord-Colombia. Spreekt vloeiend Spaans.

Bernt:’ Wij waren hier veel eerder, het huis met het gras was van ons’. De stieren hadden zowat een zijgevel er uit gelikt, blijkbaar zat daar zout in. Gelukkig vertrekken de dieren naar de bovenweiden. Mark zucht. Ik moet wel een beetje ginnegappen om het gedoe.

‘Wat als ze het echt op hun heupen krijgen, begin ik’.

‘Dann Hab ich richtig scheisse, nicht dran denken John,bitte. En jij Klaus : ‘ Aufhoren!!!