liever_geen_foto-1[1]U heeft cabine quindieci (15). Er zit een oud vrolijk kijkend mannetje in het kassahokje die nog vrolijker kijkt als hij begrijpt dat er twee buitenlandse mensen de Termen bezoeken.

‘Hebt u een badmuts’, vraagt hij, ik knik ja en laat hem mijn zwarte muts zien.     ‘Posto'(OK).

Het water is flink heet. Even wennen en dan een baantje. Aan de ondiepe kant staan mensen te kletsen. Ze kijken nieuwsgierig naar mij en vooral naar Gera. Italie is wat mij betreft kampioen damesloeren, tsjonge jonge.

Mijn lijf begint al snel uit te zetten in het heel warme nat, het is een gekke gewaarwording. Ik probeer mijn rugslag maar het water zwemt heel zwaar. Dan een beetje rustiger baden, het is hier al heet genoeg trouwens.

We nemen even pauze om wat te drinken. Ik bestel een biertje bij de dame van de bar, ze pakt een Heineken. ‘Liever ander bier’, zeg ik maar dat heeft ze niet. Dan maar iets anders.

‘Marsala, heeft u dat? (Alles in het italiaans ja ja). Kan ze niet vinden of ze weet niet wat dat is, want laat ons de ene fles na de andere zien. Nee nee. ‘Heeft u trouwens iets te eten? ‘ Er is geen snack te krijgen. Ze kijkt nu wat hulpeloos. Dan zie ik een fles wijn staan, ‘prego, twee wijn’. Ze kijkt en ze kijkt, wij wijzen. Het lieve mannetje komt haar te hulp. Hij pakt de fles en vraagt: ‘Posto?’ we knikken bevestigend en de dame pakt een kurketrekker. Dat dacht ze want er is er geen. Weer kijkt ze wat zielig. Wat nu? We staren elkaar een poosje aan, dan ineens……

‘Wij hebben er een zeg ik of niet?, ik kijk naar Gera. Ze zegt ‘Misschien’ en gaat zoeken in cabine 15. En ja tot ieders tevredenheid – zeker die van het baasje – kan de barjuf twee glazen inschenken. Extra vol.

We gaan weer zwemmen. Na een flink tijdje en nog een lesje duiken aan een jongentje die het fanatiek probeert onder de knie te krijgen net als zijn grotere broer, stap ik wat duizelig uit het bad. Ik voel me raar, mijn hoofd lijkt te draaien en mijn hart klopt verdacht snel en heftig. Ik ga bij onze cabine staan om bij te komen. Mijn hoofd draait door de ruimte.

‘Wat zie jij er uit?, zegt Gera als ze langskomt, je gezicht het lijkt wel een dodenmasker’.

‘Ik ga ook dood, geloof ik, mijn hart doet raar’.

‘Kom mee naar buiten naar de frisse lucht’. Dat helpt en langzaam kom ik weer bij.

‘Jezus man ik schrok me rot door die kop van je, je leek in je laatste minuten met die holle ogen’.

‘Klopt, zeg ik met nog een hele ‘verre’ stem, ik had een terminaaltje’.

Als we vertrekken worden we lief uitgezwaaid door het mannetje en de bardame.